Het Departement Mobiliteit en Openbare Werken: expertise in beweging.

“De taak die ik voor ons departement zie, is tweeledig. Het Departement Mobiliteit en Openbare Werken moet toonaangevend worden in het mobiliteitsbeleid. Tegelijk wil ik de beleidsvoerders, de agentschappen en de buitenwereld ondersteunen met onze expertise. Een secretaris-generaal moet die ambities proberen te belichamen, maar kan het niet alleen. Ik heb al die mensen nodig die zich al zo lang en zo gedreven inzetten voor mobiliteit en technische expertise. Zij moeten dit verhaal mee helpen schrijven. Het is misschien een cliché, maar je bent maar zo sterk als je zwakste schakel.

“De mobiliteit vormt een uitdaging. We moeten de dingen fundamenteel willen veranderen. We hebben de deskundigheid in huis om het mobiliteitsprobleem ten gronde te analyseren. Omdat de mobiliteit ons allen aangaat, vormen we ook zelf het probleem: wij allemaal zijn de file! We moeten ons gedrag dus veranderen. Dat is cruciaal. We willen een gedragsverandering teweegbrengen, zodat wij, mensen, vanzelf kiezen voor duurzame oplossingen. Daarnaast zal het echter nodig blijven om in infrastructuur te investeren. Ik noem dat trouwens liever ‘mobiliteitsinvesteringen’. We hebben meer fietspaden nodig. Moeten investeren in openbaar vervoer. Robuuste netwerken uitbouwen met wegen, binnenvaart, een adequate maritieme toegang. Maar wonderoplossingen bestaan niet. Een eenzijdige benadering is vergeefse moeite. Alleen de combinatie van de juiste maatregelen zet zoden aan de dijk. En natuurlijk: we moeten altijd en overal overleg opzetten. Dat spreekt.

Secretaris-generaal Filip Boelaert is geboren in Brussel (Etterbeek) en behaalde er het diploma van ingenieur-architect aan de Vrije Universiteit (VUB). Die studies vulde hij later nog aan met onder meer gespecialiseerde opleidingen in GIS, ruimtelijke planning en verkeer & vervoer. In 2002 werd celhoofd Verkeer en Mobiliteit bij AWV. Focus: verkeerstellingen, signalisatievergunningen, verkeersstudies. De eerste verkeersmodellen waren net operationeel. Het jaar daarop was hij beleidsingenieur (dwz projectleider voor de beleidsplanning) en ging hij zich bezighouden met de beleidscoördinatie van de provinciale afdelingen en meer in het bijzonder met de zogeheten ‘gevaarlijke punten’, verkeerssituaties in Vlaanderen die bij voorrang om een oplossing vroegen.

Nog een jaar later kwam de kabinetschef van minister Kris Peeters (toen op Mobiliteit en Openbare Werken) hem daar wegplukken. Hij zou drie jaar lang voor Peeters werken, aanvankelijk als raadgever, daarna als adjunct-kabinetschef. De fascinatie voor alles wat met verkeer te maken heeft, is gebleven, want mobiliteit vindt hij nog altijd ‘per definitie’ een boeiend onderwerp.

Van 2009 tot maart 2014 was hij kabinetschef voor Vlaams minister Crevits. Dat betekent: de beleidsplannen van de minister helpen bewaken, in overleg met de leidende ambtenaren uitvoering proberen te geven aan dat beleid, een kabinet aansturen en leiding geven aan een veertigtal medewerkers. Een verantwoordelijke functie die vraagt om handenvol werklust en een meer dan doordeweekse drive om dingen te realiseren.