Departement MOW omhelst dronetechnologie

in
MOW Mag

Eigen multicopter voor fotogrammetrische metingen.

Eind 2016 kocht het Departement MOW zijn eerste drone, een speciaal uitgeruste octocopter die een fototoestel van 100 megapixel in de lucht kan houden. “Met die combinatie van nieuwe technologie kunnen we wegen in kaart brengen, gebouwen documenteren, werven inspecteren … De mogelijkheden zijn legio”, zegt dronepiloot Wim Van Calster.

Wim Van Calster is specialist Fotogrammetrie bij de afdeling Algemene Technische Ondersteuning (ATO). In september 2016 behaalde hij zijn diploma als dronepiloot. In de lente van 2017 zal de nieuwe drone van het Departement MOW klaar zijn om de eerste opdrachten uit te voeren.. “Binnen de fotogrammetrie combineren we fotografi e met landmeetkunde. Door foto’s en meetgegevens samen te brengen, creëren we een meetbaar plan of een ‘orthofoto’ van een site of gebouw. Met behulp van drones kunnen we complexe meetopdrachten effi ciënter en veiliger uitvoeren”, vertelt Wim. “Momenteel gebruiken we vaak hoogtewerkers om foto’s te nemen. Maar het bereik van een hoogtewerker is beperkt, en er is er niet altijd één beschikbaar. De informatie die we krijgen is dan niet volledig. Een mooi voorbeeld is de documentatie van Het Steen in Antwerpen: dat heeft ATO volledig in 3D in kaart gebracht, maar we missen informatie over de daken. Met een drone zouden we die info wel kunnen registreren.”

Geavanceerd fototoestel

De nieuwe drone is in eerste instantie een hulpmiddel om een camera in de hoogte te vervoeren. Wim Van Calster: “Eind 2016 heeft ATO een nieuw fototoestel van 100 megapixel aangekocht, specifi ek voor hoge-resolutiefoto’s. Op beelden van 100 megapixel kunnen we veel verder inzoomen, zodat we landmeetkundige gegevens nauwkeuriger kunnen aanduiden.

Binnen het Departement MOW gaan we bekijken of we een drone ook kunnen inzetten voor inspectiewerken van bepaalde vormen van infrastructuur, zoals civiele kunstwerken (bijvoorbeeld bruggen). We kunnen ook makkelijk werven opvolgen door regelmatig metingen uit te voeren. We werken zoveel mogelijk samen met andere entiteiten van de Vlaamse overheid. De mogelijkheden zijn legio. Kijk maar naar onze collega’s van het ILVO (Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek): zij gebruiken een drone met een multispectrale camera in het kader van precisielandbouw. Door ‘fertilisatiemappen’ te maken van velden met gewassen, weten landbouwers waar ze extra moeten beregenen of bemesten.”

Vliegbrevet

Om de veiligheid in het luchtruim te verzekeren, zijn drones niet altijd en overal toegelaten. Drones van de recreatieve klasse (minder dan 1 kilo) mogen alleen op privéterrein en maximaal 10 meter hoog vliegen. Een drone van klasse twee (1 tot 5 kilo, laag risico) mag maximaal 45 meter hoog vliegen. Hij is toegelaten op openbaar terrein, maar niet nabij luchthavens, in de bebouwde kom of boven andere mensen. Piloten moeten theorielessen volgen en een vaardigheidstest afleggen. “Om met een drone van klasse één (tot 150 kilo, matig en hoog risico) te mogen vliegen, moet je minstens 18 jaar zijn en een bewijs van bevoegdheid hebben”, weet Wim Van Calster. “Daarvoor moet je theorie- en praktijklessen volgen en een examen afl eggen. Je hebt ook een medisch attest nodig. De drone moet geregistreerd zijn bij het Directoraat-Generaal van de Luchtvaart (DGLV) en elke opdracht die je uitvoert, moet je vooraf melden aan de luchtvaartinstanties. In een operationeel handboek leg je uit wat je gaat doen.”

Een drone van klasse één moet altijd binnen visueel bereik blijven (van de piloot of een waarnemer) en mag niet hoger dan 90 meter vliegen. Om boven steden, gemeenten, personen en/of dieren te mogen vliegen, is toestemmingvan het DGLV nodig. Wim Van Calster: “Voor sommige taken moeten we onze aanvraag goed voorbereiden. We krijgen bijvoorbeeld niet zomaar toestemming om in Antwerpen te vliegen, omdat de stad binnen de controleregio van de luchthaven van Antwerpen valt. Alle luchtvaartregio’s, industrieparken en militaire domeinen zijn verboden terrein.”

Wat met privacy?

Een drone die op grote hoogte foto’s neemt, brengt vaak meer in beeld dan de bedoeling is. Mogen onbekende voertuigen of voorbijgangers zomaar op de foto? “Bij luchtfoto’s houden we altijd rekening met de algemene privacyregels. Als we geen toestemming hebben om iemand te fi lmen, brengen we hem of haar niet herkenbaar in beeld. Hetzelfde geldt voor nummerplaten van auto’s en andere zaken die iemand kunnen identifi ceren”, zegt Wim Van Calster. “Die regels zijn echter niet absoluut: werknemers op een werf of bezoekers van een muziekfestival weten dat ze door (bewakings-) camera’s gefilmd kunnen worden.”

Maak kennis met de drone van MOW

 

  • Type: octocopter (4 armen en 8 schroeven)
  • Lengte: 130 cm doorsnee
  • Gewicht: 9 kg (zonder batterijen en camera)
  • Vliegsnelheid: maximaal 100 km/uur
  • Draagkracht: 5 kg (vooral fotoapparatuur)

 

Wist je dat?

De octocopter van MOW heeft vrij krachtige motoren. “Ze moeten het gewicht van de batterijen en onze fotoapparatuur kunnen dragen. De drone moet ook tegen felle wind kunnen opboksen. Het is zeker niet de bedoeling om ermee te gaan racen”, legt Wim Van Calster uit. “De octocopter is op maat gemaakt om onze camera veilig te kunnen dragen, in een speciaal stabiliserend harnas dat in alle richtingen kan bewegen. Een sensor op de drone speurt naar obstakels en maakt gebruik van een ‘detect and avoid’-systeem om botsingen te vermijden. We vliegen regelmatig dicht bij gebouwen en we zien onze 100 megapixel-camera liefst niet tegen een muur crashen.”

Drone meet Tiense tumuli op

In oktober 2016 mat een drone de Drie Tommen in Tienen op. De Gallo-Romeinse grafheuvels lijden zwaar onder erosie. Om het verval in kaart te brengen, werkte het agentschap Onroerend Erfgoed samen met het Departement MOW en het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO).

Archeologen vermoeden dat de drie grafheuvels in Tienen bij hun aanleg, zo’n 2 000 jaar geleden, veel hoger en meer kegelvormig waren. Door de vele beklimmingen van de heuvels kreeg erosie vrij spel. Het proces werd nog versneld door kraters van ontwortelde bomen. Om de aftakeling te stoppen, liet de stad Tienen in 2014 de bomen op de tumuli kappen. Ook de erosiegeulen werden gedicht. Luchtfoto’s vergelijken Door een hoogtemeting uit te voeren, wilde het agentschap Onroerend Erfgoed nagaan of de erosie van de Tiense Tommen daadwerkelijk is gestopt. Een drone van het ILVO voerde de metingen uit. De analyse van de data gebeurde door de afdeling ATO, die ook een 3D-model creëerde. Nathalie Gosseye, celhoofd Fotogrammetrie en Topografie: “Door de luchtfoto’s aan gegevens van fysieke metingen te koppelen, konden we orthofoto’s en 3D-beelden maken. Als we die in de toekomst met nieuwe beelden vergelijken, weten we meteen of de erosie van de heuvels is gestopt. Dankzij landmeetkundige metingen uit het verleden – de eerste meting dateert van 1813 – kunnen onderzoekers nu al een historische vergelijking maken van de hoogte van de heuvels.”

Verschenen in