Nele Terrie werkte een maand in Madrid

in
MOW Mag

MOW trekt de grens over! Via het pilootprogramma ‘Werkverblijven aan buitenlandkantoren’ geeft Internationaal Vlaanderen personeelsleden van de Vlaamse overheid de kans om maximaal drie maanden in het buitenland te werken. Zo trok Nele Terrie, celhoofd Algemene Ondersteuning bij MOW, afgelopen herfst naar Madrid voor een nieuwe werkervaring. Een maand lang werkte ze in een andere omgeving, een andere taal en een heel andere functie. Tijdens haar verblijf probeerde ze nieuwe taken en werkwijzen uit en deed ze veel zelfkennis op. “Ik weet nu dat een drukke, chaotische job mij het best ligt.”

Nele, jij werkt sinds zes jaar bij MOW in Brussel. Waarom wilde je naar het buitenland?

Ik wilde een andere omgeving leren kennen. Toen ik de kans kreeg om een tijdje in het buitenland te gaan werken, heb ik niet lang nagedacht. Ik wilde een andere cultuur opsnuiven en ontdekken wat onze buitenlandkantoren zoal doen.

In België ben je vooral bezig met coördinatie en interne werking. Hoe zat dat in Madrid?

Als celhoofd moet ik in Brussel vooral organiseren: elke dag werk ik heel veel verschillende, kleine opdrachten af. Daardoor kan ik zelden vooraf inschatten hoe mijn dag er zal uitzien. In Madrid bestond mijn kerntaak uit één opdracht rond het havenbeleid in Spanje. Die opdracht moest ik inhoudelijk uitwerken. Daardoor veranderde mijn werkritme helemaal. Het was leuk om zoiets te mogen proberen, maar ik geef toch de voorkeur aan de hectische, onvoorspelbare dagen in Brussel.

Zag je werkomgeving er ook anders uit?

Ja, dat was wel even wennen (lacht). In Brussel werk ik in een groot kantoorgebouw, omringd door heel veel collega’s. In Madrid werkte ik bij de vertegenwoordiger van de Vlaamse overheid, die wordt ondersteund door één medewerker. Gelukkig delen zij een kantoor met de vertegenwoordiger van Flanders Investment & Trade (FIT). Die heeft nog twee medewerkers in dienst en een stagiair. Ik had dus zes collega’s. Het voordeel daarvan was wel dat ik iedereen snel leerde kennen. Ik ben maar een maand in Madrid geweest, maar de sfeer was heel aangenaam.

Wat was voor jou de grootste uitdaging in Madrid?

De taal was toch wel een struikelblok. Ik spreek een beetje Spaans en op restaurant kan ik me behelpen. Maar om een professioneel gesprek te voeren was mijn kennis van de taal onvoldoende. Ik had verwacht dat ik veel in het Engels zou kunnen werken, maar dat bleek niet het geval. Ik vond maar weinig mensen met wie ik in het Engels over mijn opdracht kon communiceren. Ik heb ook beseft dat ik mijn werk moeilijk kan loslaten. Ik bleef mijn taken in Brussel mee opvolgen, ook al had iemand anders die overgenomen. Bij elke e-mail die ik las, moest ik me inhouden om er niet meteen op in te pikken.

Wat is jou het meest opgevallen aan de Spaanse way of life?

Dat iedereen er pas om 14 uur luncht! Het lijkt een detail, maar geloof me, dat was aanpassen (lacht). Ik zorgde er altijd voor dat ik iets bij had om tussendoor te knabbelen. Daardoor krijg je ook een rare dagindeling, met een erg lange voormiddag. Geef mij maar de glijdende uren die we in België kennen.

Kun je Madrid als stad vergelijken met Brussel?

Madrid is een erg nette stad met weinig verkeersproblemen. Files heb ik er nauwelijks gezien. Het openbaar vervoer werkt er perfect. Het is heel stipt en het netwerk zeer uitgebreid. Wat wel vreemd was: ik kreeg geen tijdelijk metroabonnement te pakken. Uiteindelijk ben ik elke dag te voet naar het werk gegaan. Dat was heerlijk, want het was er wel fris, maar ook zonnig. Wat me is bijgebleven, is de staking van de vuilnisophalers. Door de crisis wilde het stadsbestuur meer dan duizend van de zesduizend werknemers ontslaan. Daarom staakten ze elf dagen lang. Elke dag werden de straten vuiler en stapelde de rommel zich op rond de vuilcontainers.

Had je na de uren ook tijd voor wat sightseeing?

Ja hoor! Madrid is een heerlijke stad, met prachtige parken en musea. Ik heb onder meer het Prado bezocht, het park El Retiro, de tuinen van Campo del Moro en het koninklijk paleis. Ik ben ook buiten de stad op verkenning gegaan en heb Toledo en Segovia bezocht."

Wil jij ook naar het buitenland?

Het werkverblijf van Nele Terrie in Madrid paste in het pilootprogramma ‘Werkverblijven aan buitenlandkantoren’ van Internationaal Vlaanderen. Met dat project wil de Vlaamse overheid ervoor zorgen dat haar werknemers meer affiniteit krijgen met de internationale dimensie van hun beleidsveld. De Vlaamse overheid heeft personeelsmobiliteit ook aangeduid als kernprioriteit in haar humanresourcesbeleid. Het achterliggende idee is dat personeelsmobiliteit de competenties van werknemers verhoogt en de arbeidstevredenheid doet stijgen.

In 2013 had Internationaal Vlaanderen voldoende financiële middelen voor tien werkverblijven. Kandidaten moesten zelf een opdracht en een locatie voorstellen. Nele Terrie koos voor een opdracht rond de organisatie van het havenbeleid in Spanje. Ook in 2014 kun je je kandidaat stellen.

Meer info vind je op www.bestuurszaken.be/werkverblijf-aan-buitenlandkantoren.