"Onze expertise delen, daar draait het om."

in
MOW Mag

Secretaris-generaal Filip Boelaert stippelt ambitieuze nieuwe koers uit voor Departement MOW.

Het Departement Mobiliteit en Openbare Werken (MOW) staat aan de vooravond van een grote reorganisatie. Meer samenwerking tussen afdelingen zal de basis vormen voor een efficiëntere aanpak en een betere dienstverlening. “We willen onze expertise maximaal inzetten voor de maatschappij”, zegt secretaris-generaal Filip Boelaert.

Op 1 april 2014 werd u benoemd tot secretaris-generaal van het Departement Mobiliteit en Openbare Werken. Hoe is uw eerste jaar verlopen?

Filip Boelaert: “Het was een rollercoaster. Ik kende het departement al vrij goed uit mijn jaren als raadgever en kabinetschef, maar toch kwam ik meermaals voor verrassingen te staan. Tijdens mijn bezoeken aan de afdelingen heb ik pas echt beseft hoe gemotiveerd de meeste mensen zijn en aan hoeveel uiteenlopende projecten ze meewerken. Sluizen bouwen, het verkeer regelen, advies geven over mobiliteitskwesties … Het departement is een ontzettend boeiende wereld. Mijn eerste jaar als secretaris-generaal is dan ook omgevlogen."

Intussen maakt het departement zich op voor een belangrijke reorganisatie. Waarom komt die er?

Filip Boelaert: “Al voor mijn tijd gingen er binnen MOW stemmen op om dingen te veranderen. Vijftien jaar geleden was het departement nog heel uitvoeringsgericht. Investeringen stonden centraal: in wegen, waterwegen, het openbaar vervoer… Inmiddels houden we ons veel meer bezig met het beleid: wat brengt de toekomst op het vlak van mobiliteit, en hoe kunnen wij ons als dienstverleners opstellen in die veranderende wereld? Dat besef vormde de start van het project ‘Organisatiecultuur’, dat al sinds eind 2013 loopt. Het nieuwe regeerakkoord heeft het proces nog versneld. Mee op verzoek van de regering zijn we nader gaan bekijken wat onze belangrijkste taken en prioriteiten zijn. Die hebben we vastgelegd in ons nieuwe kerntakenplan.”

"Mobiliteit is van belang voor elke Vlaming. We moeten dus de vinger aan de pols houden."

Kunt de belangrijkste aspecten van de nakende veranderingen even schetsen?

Filip Boelaert: “De buitenwereld ziet het Departement Mobiliteit en Openbare Werken nog te vaak als een logge administratie die adviezen geeft in onbegrijpelijk ambtenarees. Dat beeld strookt niet met de werkelijkheid. Onze medewerkers bouwen heel gemotiveerd hun expertise op en willen die ook delen met de buitenwereld. Die expertise wordt straks hét kernwoord binnen ons departement.”

“We willen ten eerste experts zijn in beleidsvoorbereiding en –ondersteuning, en die twee aspecten willen we ook optimaal met elkaar integreren. Nu werken mensen nog te vaak zonder overleg aan hetzelfde project. Ten tweede bieden we onze expertise op het vlak van technische ondersteuning aan. Het Departement Mobiliteit en Openbare Werken heeft heel wat technische kennis en kunde in huis: onze specialisten geotechniek leggen zich toe op de samenstelling van de bodem, we hebben experts in waterbouwkunde, in verkeerssturing… Die expertise willen we als dienstverleners aan de hele Vlaamse overheid en aan buitenstaanders aanbieden.”

“Ten derde willen we ook onze expertise op het vlak van uitvoering maximaal inzetten. Onze afdeling Maritieme Toegang telt tientallen experts in het onderhoud van grote vaarwegen en de aanleg van haveninfrastructuur. Denk maar aan de Deurganckdoksluis, die de voorbije maanden regelmatig in het nieuws kwam. Ook die expertise willen we maximaal ten dienste stellen van de samenleving.”

"Mijn deur staat altijd open. Communicatie is cruciaal voor een goede werking van het departement."

Wat betekent die evolutie voor de mensen op de werkvloer?

Filip Boelaert: “We willen vooral veranderingen in de manier waarop mensen werken en samenwerken. We gaan bijvoorbeeld van vier beleidsafdelingen naar eentje, die alle projecten geïntegreerd zal bekijken. En onze afdeling Boekhouding en Begroting wordt geïntegreerd met de afdeling Personeel en Organisatie. We halen de tussenschotten tussen de ‘eilandjes’ weg en laten mensen in nieuwe teams en op nieuwe manieren samenwerken. Hoe dat precies zal gebeuren, moet nog worden beslist, maar het draait altijd om het opbouwen van expertise en een maximale samenwerking tussen experts. Begin juli hopen we meer duidelijkheid te hebben over welke processen concreet zullen veranderen.”

“Daarnaast komen er ook tal van kleinere ingrepen. Thuiswerken is bijvoorbeeld nog niet zo lang mogelijk binnen het departement, terwijl dat in onze huidige maatschappij toch een pluspunt is. De vraag komt uit alle niveaus. Als leidend ambtenaar moet je daarop inspelen en je mensen alle kansen geven om zich goed te voelen in hun job.”

Op welke manier wilt u de komende jaren zelf uw stempel drukken op het departement?

Filip Boelaert: “Ik hoop vooral dat de veranderingen binnen het departement niet ‘mijn’ maar ‘onze’ stempel zullen dragen. De organisatieverandering mag geen verhaal van mij alleen worden. Ik loop veel rond en mijn deur staat altijd open. Als we ons als organisatie goed in ons vel voelen en efficiënt ons werk kunnen doen, is mijn doel bereikt. Ik zet als secretaris-generaal sterk in op overleg en communicatie. Niet alleen met MOW-collega’s, maar ook met alle mogelijke maatschappelijke actoren die met mobiliteit bezig zijn. Mobiliteit belangt elke Vlaming aan: we moeten dus de vinger aan de pols houden.”

“Ik wil de buitenwereld duidelijk maken dat er beweging zit in het departement. Dat onze experts niet op een eiland zitten, maar samenwerken en rekening houden met de signalen die ze opvangen. Een goed beleid wordt liefst breed gedragen. Dat kan alleen als mensen weten waarmee we bezig zijn. Die communicatie, zowel intern als extern, wordt mijn belangrijkste aandachtspunt.”