"Samenwerking kan onze havens sterker maken"

in
MOW Mag

Jan Blomme is nieuwe gewestelijk havencommissaris

Half augustus trad Jan Blomme (58) in de voetsporen van gewestelijk havencommissaris Toon Colpaert. Als kersverse ‘bruggenbouwer’ vormt hij de link tussen het Vlaamse Gewest en de havenbesturen van de vier Vlaamse zeehavens. In Antwerpen, Zeebrugge, Gent en Oostende kijkt hij toe op de goede werking van de havenbedrijven. Hoe ziet de nieuwe havencommissaris zijn taak?

Mijnheer Blomme, gefeliciteerd met uw nieuwe uitdaging!

“Dank je wel. Het wordt inderdaad een uitdaging, maar ik wil er graag mijn tanden in zetten. Ik werk al mijn hele carrière in de havenwereld. Dat ik nu samen met de Vlaamse havens mag werken om onze havenregio nog competitiever te maken, voelt als een bekroning.”

Het havenlandschap verandert constant. Welke gevolgen heeft dat voor het beleid?

“De havenwereld is de afgelopen twintig jaar veel complexer geworden. Daardoor roepen belangrijke beslissingen meer onzekerheid op. Goederenstromen kunnen snel opkomen en weer stagneren. De allianties en aanlooppatronen van rederijen veranderen voortdurend. De Europese Commissie legt meer regels op, en ook de burgers zijn mondiger geworden. Dat maakt de planning en uitvoering van nieuwe projecten complex en moeilijk te voorspellen.”

Hoe past het beleid zich aan die evoluties aan?

“Tot voor kort zette het havenbeleid vooral in op grote infrastructuurwerken. Als je wilt groeien, moet je ervoor zorgen dat je voldoende capaciteit hebt en een efficiënte goederenafhandeling kunt garanderen. Dat blijft ook in de toekomst belangrijk, maar we moeten verder mikken. Als we onze infrastructuur flexibel en veerkrachtig maken, kunnen we ons makkelijker aanpassen aan wijzigingen in de markt. Dat kan bijvoorbeeld door de bouw van terminals, kaaimuren of sluizen gefaseerd te laten verlopen, en door rekening te houden met de ontwikkeling van mogelijke nieuwe scheepstypes. Door industrieën en diensten aan te trekken die bestaande activiteiten aanvullen, bijvoorbeeld eindproducten die gemaakt worden met de output van petrochemische bedrijven, verkleint ook de kwetsbaarheid van een haven. Tot slot moeten we bekijken welke samenwerkingsverbanden tussen de Vlaamse havens hun concurrentiepositie kunnen versterken.”

Wat worden uw belangrijkste werkpunten?

“De concurrentiekracht van onze havens behouden en versterken, in nauw overleg met alle spelers in het Vlaamse havenlandschap: dat wordt mijn grootste uitdaging. Samen kunnen we de economische en maatschappelijke betekenis van onze havens opnieuw bekijken. Uit een ander vaatje tappen kan nuttige perspectieven opleveren.”

Waar wilt u het verschil maken?

“Het lanceren van concrete initiatieven gebeurt door de havenbesturen en de Vlaamse havenadministratie. Als havencommissaris moet ik vooral faciliteren en coördineren. Daarbij kan ik verder bouwen op het werk van mijn voorganger, Toon Colpaert, en op de vele minder bekende initiatieven die al bestaan. Dat zijn veelal niet-commerciële samenwerkingsverbanden tussen de Vlaamse havens, bijvoorbeeld om samen te lobbyen rond het Europese havenbeleid, of om gezamenlijke regels te creëren rond milieubeleid, veiligheid en mobiliteit.”

“Een belangrijke remmende factor is de grote fragmentatie van het Vlaamse havenlandschap en het ontbreken van gezamenlijke projecten. In eerste instantie moeten we ervoor zorgen dat alle spelers de voordelen van bepaalde samenwerkingsvormen zien. Cruciaal daarbij is dat de havens zélf initiatieven nemen en de havenbesturen bereid zijn om zich echt te engageren. Daarvoor is een consensus nodig rond een gemeenschappelijk gedragen maar flexibel in te vullen havenvisie op Vlaams niveau.”

Welke kansen ziet u voor de toekomst?

“Met de nakende opening van de terminals op de tweede Maasvlakte neemt de competitie met Rotterdam toe. Door samen te werken kunnen de Vlaamse havens hun positie versterken. Op korte termijn kan gedacht worden aan het optimaliseren van de bestaande behandelingscapaciteit over de verschillende havens heen, rekening houdend met het belang en de roeping van elke haven. Ook de ontwikkeling van een gemeenschappelijke achterlandlogistiek, onder meer door het bundelen van cargo, zou het spoorwegvervoer naar Duitsland en Centraal-Europa een sterke impuls kunnen geven.”

Hoe ziet u Flanders Port Area, het samenwerkingsverband van de havens, evolueren?

“Flanders Port Area is erin geslaagd de discussie over samenwerking op te starten. Dat resulteerde in enkele mooie initiatieven, zoals het Cargo Community System (CCS). Onder impuls van de haven van Antwerpen ontwikkelde dat platform gezamenlijke ICT-toepassingen. In de toekomst zouden we nog meer kunnen focussen op projecten die de competitiviteit van de Vlaamse havens versterken.”

“Een belangrijke verwezenlijking van Flanders Port Area is de tweejaarlijkse Havendag, die dit jaar aan zijn vierde editie toe was. Voor veel burgers zijn de havens onbekend terrein. Door geluidsnormen en andere maatregelen zijn ze de afgelopen jaren uit het zicht van het grote publiek verdwenen. Maar onbekend is onbemind. En dat is jammer, want onze havens zijn erg boeiend. Een initiatief als de Havendag, dat telkens weer grote aantallen bezoekers lokt, is dus een prachtige prestatie!”