Werf Deurganckdoksluis geeft geheimen prijs

in
MOW Mag

3,5 miljoen jaar oude walvis gevonden

Stijn Goolaerts, paleontoloog aan het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN), stootte op een zonnige februaridag op de resten van een 3,5 miljoen jaar oude walvis. “Er speelt altijd een factor geluk mee. Doordat we van de afdeling Maritieme Toegang (aMT) van meet af aan op de werf mochten, konden we een zeldzaam, volledig skelet aan onze collectie toevoegen.”

De gevonden skeletonderdelen zijn van een voorouder van de Groenlandse walvis en de noord- en zuidkaper. Projectleider Murielle Reyns (aMT) maakte het vanop de eerste rij mee: “Vooral de onderkaken van drie meter lang zijn indrukwekkend. Het dier moet dus acht à tien meter lang geweest zijn.”

Werken in het gedrang?

“De vondst vormde geen bedreiging voor de werken aan de Deurganckdoksluis”, zegt Stijn Goolaerts. “In tegenstelling tot archeologisch onderzoek – dat start vanaf de komst van de mens – heeft paleontologisch onderzoek niet de macht om werken stop te zetten. Bovendien lag de walvis in een rustige hoek van de bouwput. AMT was meteen enthousiast om mee te werken. Bij zulke ingrijpende graafwerken springen we graag mee op de kar. Dat zijn immers mooie kansen om veel dieper te gaan dan wij ooit met onze schop zullen komen”, lacht Stijn Goolaerts.

Waardevol

De ontdekking is bijzonder omdat er zoveel skeletonderdelen van een ‘echte walvis’ – trage baleinwalvis – samen teruggevonden werden. “Meestal is dat slechts 40 à 50 procent, maar in dit geval vonden we maar liefst 80 procent. Dat gebeurt uiterst zelden. Sowieso wordt slechts één op de duizenden dieren ooit een fossiel. Bovendien zijn de onderdelen opvallend goed bewaard gebleven doordat het dier wellicht snel ‘begraven’ werd, en dus minder is blootgesteld aan de zee en aasdieren. Ook de zand- en kleigrond werkten conserverend.”

“Het fossiel werd elf meter diep in een schelpenpakket teruggevonden”, aldus Stijn Goolaerts. “In die put lagen ook resten van een dolfijn, een dijbeen van een vogel en haaientanden. Alles samen levert de vondst belangrijke informatie op over het mariene ecosysteem uit die periode.” De beenderen worden nu behandeld en bestudeerd door experts van het KBIN. Wellicht krijgt het grote publiek de resten in een latere fase te zien.