Nieuw plan voor openbaar vervoer in Vlaanderen

in
MOW Mag

Hoe Hannelore en Mark meeschrijven aan basisbereikbaarheid

Wat is er allemaal nodig voor een vlotte en duurzame mobiliteit? Met die vraag gaan Hannelore Deblaere en Mark Thoelen de volgende maanden aan de slag. Als voorzitters van een vervoerregio tekenen zij voor een multidisciplinaire benadering van mobiliteit. Pionieren, hoe voelt dat?

Eind 2018 keurde de Vlaamse Regering het ontwerpdecreet Basisbereikbaarheid goed. Hannelore Deblaere: “Basisbereikbaarheid staat voor het bereikbaar maken van belangrijke maatschappelijke functies, zowel op vlak van wonen, werken als ontspannen, dankzij een efficiënt openbaar vervoer. Om dit op het terrein mogelijk te maken, is er gekozen voor een nieuwe aanpak waarbij lokale besturen mee nadenken over geschikte mobiliteitsoplossingen.” Mark Thoelen: “Daarvoor is Vlaanderen opgedeeld in 15 vervoerregio’s. Elke regio heeft een vervoerregioraad die instaat voor het opstellen van een mobiliteitsplan dat de belangrijke uitdagingen van de regio in kaart brengt, het openbaar vervoernetwerk uittekent en maatregelen voorstelt voor de verbetering van de doorstroming, de verkeersveiligheid en het fietsbeleid.”

Iedereen op één lijn
In de vervoerregioraad zetelen zowel steden en gemeenten als vertegenwoordigers van het Departement Mobiliteit en Openbare Werken, het Agentschap Wegen en Verkeer, De Lijn, De Vlaamse Waterweg enz. Het departement en vertegenwoordigers van de agentschappen van het beleidsdomein brengen één gezamenlijk standpunt naar voren in de vervoerregioraad. Samen vormen deze collega’s het Team MOW. Hannelore: “Als voorzitter is het onze rol om alle actoren op één lijn te krijgen zodat er tegen eind 2019 een nieuw openbaar vervoerplan voor de regio op tafel ligt.”

De lokale stem telt
Nooit eerder kregen steden en gemeenten op zo’n directe manier inspraak in de organisatie van het openbaar vervoer. “Dat is de grote kracht van de nieuwe aanpak, maar tegelijk ook een valkuil”, zeggen Hannelore en Mark. ”We kunnen voortaan rekening houden met de echte noden op het terrein en zo tot meer gedragen beslissingen komen. Noodzakelijk maar niet evident, want op lokaal niveau spelen vaak verschillende belangen. Een stad heeft bijvoorbeeld andere mobiliteitsuitdagingen dan een plattelandsgemeente. Uit de proefprojecten leren we ook dat je kennis van de materie nodig hebt om erover te kunnen meepraten, terwijl lokale besturen vandaag weinig zicht hebben op hoe zo’n openbaar vervoernet gebouwd wordt. Zij moeten ook verder kijken dan de lokale belangen en meedenken voorbij de grenzen van het eigen grondgebied.”

Alle MOW-neuzen in dezelfde richting
Om de mobiliteitsuitdagingen aan te pakken, brengen de verschillende spelers uit het Beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken hun expertise in. Maar dat is niet voldoende, benadrukken Hannelore en Mark. “Het is van groot belang dat we als Vlaamse overheid ten aanzien van lokale besturen met één stem spreken en vanuit een helikoptervisie oplossingen uitwerken”, aldus Hannelore. “Binnen het Team MOW willen we daarvoor het pad effenen en samenwerking binnen het beleidsdomein mogelijk maken.”

Voorbij het hokjesdenken
Waarom dat zo belangrijk is? “De rode draad door het hele mobiliteitsverhaal is het juiste vervoermiddel inzetten voor de juiste verplaatsing. We moeten de mensen stimuleren om verschillende vormen van mobiliteit te combineren. Bijvoorbeeld met de fiets naar het station rijden en daarna op de trein stappen. Of de wagen parkeren aan de rand van de stad en daarna de tram of deelfiets nemen naar het stadscentrum. Treinen, bussen, trams, vervoer op maat ... alle vormen van openbaar vervoer moeten optimaal op elkaar afgestemd zijn. En infrastructuurwerken moeten afgestemd worden op deze combimobiliteit. Om vlot te kunnen schakelen tussen verschillende vervoermiddelen, gaan we elkaar dus moeten ondersteunen. We moeten daarvoor allemaal uit ons eigen hokje komen en redeneren vanuit de centrale vraag: wat is er nodig voor een vlotte en duurzame mobiliteit? Alleen zo kunnen we de bereikbaarheid efficiënt organiseren.”

Eén netwerk
Ook op Vlaams niveau moeten alle puzzelstukjes in elkaar passen. Mark: “Daarom overleggen we met de andere vervoerregio’s. Een fietspad of buslijn die plots ophoudt aan een regiogrens? Dat willen we voorkomen! Met alle vervoerregio’s samen creëren we één netwerk waarin we alles aan elkaar vastknopen. Eind 2019 willen we met de vervoerregioraden tot een consensus komen over het nieuw openbaar vervoernetwerk. Het wordt een boeiend jaar!”

 

Hannelore Deblaere: sinds 2001 aan de slag bij het Departement Mobiliteit en Openbare Werken als mobiliteitsbegeleider, voorzitter van vervoerregio’s Brugge en Gent

Mark Thoelen: sinds 2012 aan de slag bij het Departement Mobiliteit en Openbare Werken als mobiliteitsbegeleider, voorzitter van vervoerregio Leuven

 

Verschenen in